Ik begon met een kleine fascinatie voor de moord op Leon Trotski (1879-1940). De filosoof, legeraanvoerder en tweede man achter Vladimir Lenin stierf in Mexico-Stad, mijlenver van zijn geliefde Sovjet-Unie.
Elke zin die ik las over zijn leven was interessant, vooral de passages over zijn tijd in Mexico, de laatste drie jaar voor zijn dood. Het was alsof de research een boek zelf was: elke zin over Trotski bracht nieuwe vragen met zich mee en vroeg dus om een nieuwe regel, elk boek dat ik las verwees naar andere boeken.
Het is de vloek voor de schrijvers van op waarheid gebaseerde fictie: alles wat je te weten komt benadrukt slechts wat je allemaal níét weet. Elk boek wat je tot je neemt is gebaseerd op oudere, eerdere bronnen die je óók gelezen wilt hebben voor een juist begrip van de tijd en omstandigheden waarin iemand leefde.
Om het te illustreren: Trotski kreeg in Mexico een affaire met Frida Kahlo, wiens leven een boek op zich is. En Kahlo wisselde gedurende haar leven van het trotskisme naar het stalinisme, evenals haar man, de muurschilder Diego Rivera, collega van muurschilder (en stalinist) David Siqueiros die ooit een mislukte aanslag pleegde op Trotski.
Zo moest ik snel naslagwerken raadplegen over Trotski, Kahlo, de soorten communisme, Diego Rivera, muurschilders en David Siqueiros. En elk van deze onderwerpen bracht een wereld aan verwijzingen en associaties met zich mee, als een boom waarvan elke wortel zich opnieuw vertakt in kleinere wortels.
Gedurende het jarenlange schrijven aan Loutering werd het uiteindelijke boek meer dan twee keer zo dik dan de eerste versie, want hoe moest ik iets schrijven over Trotski zonder het over Kahlo en Siqueiros te hebben, over communisme, muurschilderingen en de tragiek van het Mexicaanse leven begin twintigste eeuw?
De versie van Loutering die in de boekwinkels ligt is de dunst mogelijke versie waarin het verhaal wordt geholpen door kennis en er niet door wordt overspoeld. Maar wanneer een lezer vaststelt dat ik vast veel moet weten van Trotski, Kahlo en Mexico, dan kan ik alleen maar antwoorden: nee, ik weet nog zóveel niet.